Bergense School

Bergen oefent al meer dan een eeuw grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Schilders als Piet van Wijngaerdt, Matthieu Wiegman, Dirk Filarski, Toon kelder, Else Berg, Arnout Colnot en Jaap Weijand vonden elkaar in hun liefde voor de landelijke omgeving, de duinen en het zeelicht. Hun werk toont parallellen in thematiek, palet en penseelvoering, wat getuigt van grote wederzijdse inspiratie. Samen vormen zij de Bergense School, met Leo Gestel als onbetwiste grootmeester. Zij schilderen bij voorkeur het landschap, karakteristieke plekken en stillevens, maar uiten op het doek minstens zo vaak hun vriendschap en verbondenheid met elkaar en met hun vrienden, familie en bewonderaars.

Thuis in Kranenburgh

De kunstenaars van de Bergense School zijn thuis in Museum Kranenburgh. Hun werk vormt een belangrijk deel van de collectie en is daarmee het fundament onder het museum. Jaarlijks gaan de conservatoren van Kranenburgh op collectieverkenning, met als resultaat een thematische presentatie. In aansluiting bij ‘BLOOT – het kwetsbare lichaam’ in de nieuwbouw van Kranenburgh staat in deze tentoonstelling de menselijke figuur centraal:  nu eens ontkleed en schijnbaar onbespied, zoals de ‘Liggende vrouw lezend op het strand’ van Harrie Kuyten (1915), dan weer in ingetogen alledaagsheid, zoals de meisjes van Arnout Colnot en Matthieu Wiegman.  Of juist zelfbewust poserend en dressed to kill, zoals Marie Boendermaker in haar smaragdgroene robe door Jan Sluijters (1914).
 

Bloot

Het schilderen van naakt won begin vorige eeuw weliswaar aan populariteit, maar was in de praktijk nog lastig en omgeven met taboes. Matthieu Wiegman noemde zijn naakt daarom ‘Susanna’ (1927), naar de oudtestamentische  schoonheid die bij het nemen van een bad wordt bespied door gluurders. Ook Jaap Weijand kiest voor dit bijbels etiket bij zijn naakt in een nachtelijk bos: ‘Susanna en de ouderlingen’ (1932).