See All This vroeg zeven curatoren en directeuren vooruit te kijken. Welke thema’s en trends gaan de komende jaren het gesprek bepalen? En welke kunstenaars laten nu al zien waar het heen gaat?
Adriana González Hulshof is kunsthistoricus, directeur van Museum Kranenburgh in Bergen en lid van de Raad van Toezicht van De Ateliers. Ze was oprichter en directeur van Amsterdam Art Weekend, werkte voor het Prins Claus Fonds en ontwikkelde kunstprogramma’s voor verschillende (internationale) instellingen.
Tradities en rituelen vormen het fundament van de identiteit en cultuur van een samenleving, en bieden houvast. In de hedendaagse kunst worden ze niet gezien als statisch of nostalgisch, maar als levende processen met ruimte voor vernieuwing. Kunstenaars bouwen voort op dit fundament door tradities met eerbied op te rekken en rituelen te herinterpreteren of te creëren. De aandacht voor ambachtelijke maakprocessen ligt voor de hand: in materiaalgebruik, handwerk en cyclische herhalingen liggen intrinsieke rituelen. Tegelijkertijd versterkt een ambachtelijk maakproces de kunstzinnige verbeelding van gebruiken en rituelen, en maakt ze tastbaar. In een tijd waarin AI en digitale kunst aan terrein winnen, blijken tradities en rituelen een belangrijke bron van inspiratie en reflectie.
Dit is onder meer te zien in het werk van Adriana Ciudad (1980), die onderzoekt hoe traditie, zorg, geboorte en rouw samenkomen in collectieve, maar intieme rituelen. Ze duidt levensfasen en verankert persoonlijke ervaringen in een groter narratief. In de serie Proyecto Alabaos, die schilderijen, een video-installatie en fotografie omvat, begeleidt Ciudad haar moeder in haar laatste levensfase, waarbij ze teruggrijpt op traditionele rituelen rond afscheid en dood. Ze verbindt haar persoonlijke ervaring met de Alabaos: Afro-Colombiaanse gezangen uit de Pacifische regio die rouw tot een collectief proces maken.
Voor Faig Ahmed (1982) is traditie een levendige praktijk met ruimte voor transformatie. Eeuwenoude Azerbeidzjaanse tapijttradities, geworteld in een cultuur van rituelen, symboliek en vrouwelijke kennis, vertaalt hij naar eigentijdse kunstwerken. De tapijten werden oorspronkelijk geassocieerd met geboorte, huwelijk of rouw, en waren omgeven door rituelen en verhalen. Het gezamenlijk weven versterkte de band tussen vrouwen. In Ahmeds werk functioneren ze als dragers van collectief geheugen en spirituele betekenis, waarbij patronen en kleuren fungeren als een visuele taal. Hij behoudt de 2500 jaar oude weef- en knooptechnieken, maar vertaalt de traditionele patronen en structuren naar hedendaagse, sculpturale vormen. Door het ambacht te combineren met digitale technieken zet hij de traditie van tapijtweven in een nieuw, dynamisch licht – niet als symbool van stagnatie, maar als medium van ontwikkeling.
Amber Veel (1981) onderzoekt in haar werk de grensgebieden tussen lichaam, landschap en tijd, waarbij huid, plantaardig gelooid leer en natuurlijke materialen tastbare dragers worden van overgang en vergankelijkheid. In haar panelen en installaties staat de traditie van het leerlooien centraal als een ritueel proces van zorg, tijd en aandacht. Leerlooien is nauw verbonden met de natuurlijke cyclus van leven en dood: dierenhuid, restmateriaal, wordt door langdurige, fysieke handelingen getransformeerd tot een duurzaam materiaal. Veel werkt met plantaardige looitechnieken en natuurlijke hulpstoffen, en grijpt terug op een historische praktijk. Door het looiproces zichtbaar te maken benadrukt ze de relatie tussen mens, dier en natuur. Ze toont leerlooien niet alleen als ambacht, maar als een hedendaags ritueel dat reflectie, respect en verantwoordelijkheid oproept.